In februari 2018 stak een wonderbaarlijk verhaal op Facebook de kop op: de schedel van Goliath zou zijn gevonden. De steen die de reus doodde, zou zelfs nog in de schedel zitten. Bij de berichten stonden foto’s van reusachtige schedels en van een krantenartikel waarin een wetenschapper de vondst toelicht. Een geweldige vondst die de Bijbel bevestigt? Of toch niet?
Het verhaal dat Goliaths schedel gevonden zou zijn, komt telkens weer bovendrijven. Niet alleen is het al jaren oud… tot nu toe klopt er niets van! Vrijwel al die schedel-van-Goliath-verhalen voeren terug op een artikel uit 1993 van Weekly World News. Dit is een Amerikaanse krant die grotendeels bedachte verhalen publiceerde. Zo kwam de krant met het verhaal dat het paradijs ontdekt zou zijn (in de Amerikaanse staat Colorado). Ook schreef het dat Amerikaanse senatoren buitenaardse wezens waren. Het artikel over Goliath is net als die andere artikelen ontsproten aan de fantasie van sensatie zoekende journalisten, en is sindsdien een eigen leven gaan leiden. De schedel is nooit gevonden, de geciteerde wetenschapper in het artikel bestaat niet, en de foto’s zijn nep. Het hele verhaal is een ‘hoax’: een bericht of artikel dat valse informatie geeft, maar gepresenteerd wordt als waarheidsgetrouw.
Hoaxes kunnen zich vandaag de dag razendsnel verspreiden
Verhalen als deze vinden veel weerklank op het internet, en kunnen zich vandaag de dag razendsnel verspreiden. Hoewel de meeste nepverhalen vrij onschuldig zijn, kunnen sommige aardig wat schade aanrichten. Toen bijvoorbeeld in 2013 het twitteraccount van een groot Amerikaans persbureau werd gehackt, en de hackers een neptweet plaatsten over een aanslag op het Witte Huis, daalde de koers op de aandelenmarkt in twee minuten tijd met ongeveer 1%, en ging 150 miljard dollar in rook op. Door de enorme snelheid waarmee informatie haar weg vindt via sociale media, kan nepnieuws zich sneller verspreiden dan ooit tevoren. De noodzaak om zulk nepnieuws en valse informatie te onderscheiden van echt nieuws en echte informatie wordt daarom ook steeds groter. Gelukkig kan de wetenschap daar een handje bij helpen.
Nepnieuws op sociale media
Sociale media als Facebook puilen uit van nepnieuws, hoaxen en complottheorieën. Facebook is daarom op zoek naar mogelijkheden om de stroom aan nepnieuws in te dammen. Een team wetenschappers besloot in 2017 zelf op zoek te gaan naar zulke mogelijkheden. Ze wilden weten of het mogelijk was om te voorspellen welke Facebookberichten echte informatie gaven en welke ‘hoaxberichten’ waren. Daarom analyseerde het team meer dan 15.000 berichten die afkomstig waren van zowel hoax- als wetenschapspagina’s. De berichten waren in totaal zo’n 2,3 miljoen keer geliket door zo’n 900.000 gebruikers.
Uit de analyse van de wetenschappers bleek dat mensen die een hoax-bericht liketen eerder geneigd waren om ook andere hoax-berichten te liken. Tegelijk bleken ze juist weinig echte nieuwsberichten leuk te vinden. Bij mensen die echte nieuwsberichten liketen, was het precies andersom: zij vonden relatief weinig hoax-pagina’s leuk. Vervolgens keken de onderzoekers of het mogelijk was om met die gegevens te voorspellen of een bepaald Facebookbericht echt was of niet. Dat bleek heel goed te werken: het algoritme kon in 99% van de gevallen echte berichten onderscheiden van hoaxberichten. Goed nieuws voor Facebook, want het algoritme dat de wetenschappers gebruikten, zou de website van pas kunnen komen om valse informatie te bestrijden. Helaas is er nog geen waterdichte methode om ál het nepnieuws van echt nieuws te onderscheiden op Facebook, dus vooralsnog blijft het opletten geblazen.
Wetenschappers aan het lijntje
Een bekende hoax is die van de Piltdownmens. In 1912 ‘ontdekte’ een amateurpaleontoloog een fossiel in Piltdown in Engeland dat een belangrijke evolutionaire schakel tussen aap en mens moest voorstellen. De man noemde het fossiel Eoanthropus. Pas na 40 jaar kwam men erachter dat de vondst nep was. Het fossiel bestond uit de schedel van een moderne mens en de kaak van een orang-oetan.

De Piltdownmens met een aantal van zijn belangrijkste onderzoekers (John Cooke, 1915)
Ook wetenschappers trappen kennelijk wel eens in nepnieuws. Dat was niet alleen vroeger zo, maar gebeurt nog steeds. In 2005 ontwierpen drie studenten aan het Massachusetts Institute of Technology, een van de meest prestigieuze universiteiten ter wereld, een computerprogramma om betekenisloze informatica-artikelen te genereren, met de naam SCIgen. De artikelen die het programma maakte, zagen er op het eerste gezicht professioneel uit. Ze waren voorzien van indrukwekkende grafieken en literatuurlijsten, maar bestonden uit willekeurig aan elkaar geplakte zinsdelen zonder enige betekenis. Het doel van de drie studenten was om wetenschappelijke tijdschriften en conferenties te ontmaskeren die slordig waren met het controleren van de ingezonden wetenschappelijke papers. Ze stuurden een aantal van de nepartikelen op naar een wereldwijde conferentie over informatica, en tot hun verbazing accepteerde men twee van de artikelen.
Andere wetenschappers volgden al gauw hun voorbeeld. Ze stuurden SCIgen-artikelen op om de slordige werkwijze van hun collega’s bij conferenties en tijdschriften aan te tonen. Sommigen maakten zelfs stiekem gebruik van de automatisch gegenereerde papers door er hun publicatielijsten mee uit te breiden, waardoor hun artikelen gedegener leken. In 2013 trokken twee belangrijke uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften meer dan 120 gepubliceerde nepartikelen in die gemaakt bleken te zijn met SCIgen. Deze gebeurtenis laat goed zien dat de wetenschappers die artikelen moeten beoordelen ook niet immuun zijn voor hoaxen, en dat een gezonde kritische houding zeker geen kwaad kan.
Wikipedia-hoaxen
Wikipedia is een van de meest bezochte websites ter wereld. Dat maakt het een aantrekkelijk doelwit voor ‘hoaxers’. Elke dag plaatsen tientallen mensen een nepartikel op de online encyclopedie.

De Wikipedia-hoax die het langst online stond is van het verzonnen mythologische karakter Bine, een Akkadische demon die in zijn leven een timmerman zou zijn geweest die stierf en uit de dood opstond.
Sommige van zulke ‘Wiki-hoaxen’ hebben een aanzienlijke impact. Zo bracht een artikel over een niet-bestaande taal op Balbao (een klein eilandje in de Amerikaanse stad Newport Beach) een aantal mensen ertoe om naar het eiland af te reizen voor onderzoek, en stond een artikel over het Bicholim Conflict, een oorlog die nooit heeft plaatsgevonden, vijf jaar lang op Wikipedia.
Om de impact en gevolgen van zulke Wiki-hoaxen in kaart te brengen, analyseerden wetenschappers in 2016 alle hoaxartikelen die op dat moment gedetecteerd en verwijderd waren van de website. Dat waren er ruim 21.000. Het bleek dat de meeste nepartikelen weinig schade aanrichtten: 92% werd al binnen een dag in de kraag gevat door ‘patrouillerende’ leden van Wikipedia. Na een maand was zelfs 96% van de hoaxen offline gehaald. Ongeveer één op de honderd hoaxen stak echter zo goed in elkaar dat ze langer dan een jaar online stonden. De beste hoaxartikelen werden uiteindelijk zelfs meer dan 10.000 keer bekeken. Volgens de onderzoekers hadden succesvolle hoaxen een paar kenmerken die ze onderscheidden van minder succesvolle hoaxen:
- ze waren vrij lang (dubbel zo lang als echte artikelen);
- ze hadden een fraaie Wikipedia-achtige layout;
- ze linkten vaak door naar andere Wikipedia-artikelen;
- ze linkten vaak door naar andere websites.
Programma geeft uitkomst
Na de analyse schreven de wetenschappers een computerprogramma om Wiki-hoaxen automatisch te herkennen. Het programma keek onder andere naar de vormgeving en inhoud van een artikel en naar informatie over de auteur. Toen ze het programma loslieten op de bekende hoaxpagina’s, kon het in 92% van de gevallen correct voorspellen of het om een hoax ging of niet.
Tenslotte probeerden de wetenschappers het programma uit op de huidige artikelen op Wikipedia, om te zien of er nog onontdekte hoaxen rondzwierven op de website. Dat was inderdaad het geval. Zo bleek een compleet verzonnen artikel over ene Steve Moertel, een zogenaamde oprichter van een popcornbedrijf, al bijna zeven jaar online te staan. Het programma van deze wetenschappers kan dus een handige tool zijn voor Wikipedia-beheerders om de website te ontdoen van hoaxen. En dat is hard nodig als je kijkt naar het aantal mensen dat de digitale encyclopedie maar al te graag met wat nepnieuws wil vervuilen.
Vijf tips om nepnieuws te herkennen
De wetenschap heeft een hoop goeds gebracht in de strijd tegen valse info op het internet. Je hoeft echter niet per se op wetenschappelijk ontwikkelde computeralgoritmen te wachten om door nepnieuws heen te prikken. Met de volgende tips kun je zelf al snel zien of een artikel echt is of niet:
- Trek de auteur na. Wie heeft het artikel geschreven, en is diegene betrouwbaar? Is het bijvoorbeeld een wetenschapper die aan een universiteit is verbonden? Heeft de auteur andere artikelen op zijn of haar naam staan, en zijn die artikelen betrouwbaar? Heeft hij kennis van zaken? Als je geen achtergrondinformatie kunt vinden over een auteur, wees dan voorzichtig om zomaar alles aan te nemen wat diegene schrijft.
- Check de bronnen van het artikel. Waar haalt de auteur zijn informatie vandaan? Noemt hij of zij de gebruikte bronnen, en zijn die bronnen betrouwbaar? Een wetenschappelijk artikel als bron is een stuk betrouwbaarder dan een blog of krantenartikel. Als het niet duidelijk is waar de auteur zijn informatie vandaan haalt, neem dan niet klakkeloos als waar aan wat hij schrijft.
- Kijk wat andere websites doen. Staat het nieuws ook op andere, betrouwbare nieuwswebsites? Als een bepaald nieuwtje of onderwerp alleen op één obscure website voorkomt, moet je je eens achter je oren krabben.
- Bekijk andere artikelen op de website waar je het artikel leest. Zien die er verdacht uit? Grote kans dat het huidige artikel het dan ook niet zo nauw neemt met de waarheid.
- Gebruik factcheckers. Er zijn websites die zich puur bezighouden met het vangen en weerleggen van nepnieuws op het internet en sociale media. Voorbeelden zijn Snopes.com voor Engelse hoaxen en De Hoax-Wijzer voor Nederlandse hoaxen. Lijkt een bepaald nieuwtje wel erg vreemd of spectaculair? Gebruik dan voor de zekerheid zulke factcheckers om te zien of het om nepnieuws gaat. Blijf echter wel kritisch: op de lijst met valse nieuwssites van De Hoax-Wijzer staat de website van Answers in Genesis. Dit is een creationistische organisatie die veel goed werk verricht in het schepping-evolutiedebat. De factcheckers kunnen af en toe dus ook wel een factcheck gebruiken…
Christelijke broodje-aapverhalen
De genoemde onderzoeken laten zien dat er veel waarheid schuilt in het oude gezegde dat je niet alles kunt geloven wat in de krant (of op internet) staat. Dat advies geldt speciaal voor christenen: in de afgelopen decennia zijn sommige christenen de mist in gegaan door, bewust of onbewust, nepinformatie te verspreiden. Sommige achterhaalde verhalen circuleren nog steeds in christelijke kringen. Het verhaal gaat bijvoorbeeld dat NASA-wetenschappers bij het berekenen van de beweging van de hemellichamen ontdekten dat er in het verleden een extra dag moet zijn geweest. Dat zou dan de dag zijn waarop de zon stilstond, zoals dat beschreven staat in het Bijbelboek Jozua.
Ook christenen kunnen, bewust of onbewust, nepnieuws verspreiden
Er zijn meer van zulke ‘vondsten’ die de Bijbel zouden moeten bevestigen. Zo beweerde de inmiddels overleden creationist Ron Wyatt dat hij wielen van de strijdwagens van Farao in de Schelfzee had gevonden. Andere bekende creationistische sprekers gebruikten ‘foto’s’ van menselijke reuzenskeletten om Genesis te bewijzen. Weer anderen vertelden vol vuur hoe Darwin zich op zijn sterfbed bekeerde tot het christendom.
Voor al deze verhalen ontbreekt elk bewijs, en het verspreiden ervan kan de kritische houding van ongelovigen tegenover het christendom versterken. Wees daarom voorzichtig met het delen van nieuws dat wel érg spectaculair klinkt. Er is immers niets nieuws onder de zon, en dat geldt ook zeker voor nepnieuws.
Weet Meer:
- Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Weet 51 (2018). Bekijk hier de originele pdf, of koop het nummer in onze webshop.
- Bericht op de website van New Scientist over 11 bekende hoaxes.
- Bericht van Weet Magazine over vondsten van Ron Wyatt.