Wie bepaalt wat rechtgeaard is, op seksueel gebied? Of mag je dat gewoon lekker zelf weten? Dat laatste vertolkt de geest van de tijd. Velen denken dat ze nu eenmaal met een bepaalde seksuele voorkeur geboren zijn. Maar trek die lijn eens door… Geldt dat ook voor pedofielen? Daar voelt de meerderheid gelukkig dat die te ver gaan. Is dat gevoel van die meerderheid dan nog het enige wat kinderen beschermt? Of doet de wetenschap ook handreikingen? Is er geen absolute waarheid over seks?
Om maar meteen klare wijn te schenken: natuurlijk is er waarheid over seks. De Amerikaanse artsen Joe McIlHaney en Freda McKissic Bush schrijven daarover in hun boek Verstrikt. Met een enorme hoeveelheid wetenschappelijke data tonen deze gynaecologen aan dat het brein tijdens seksuele activiteit chemische stoffen aanmaakt die partners emotioneel en fysiek aan elkaar verbinden. Aanraking doet iets met je brein. De binding is zo sterk dat, zelfs nadat een serieuze romantische relatie wordt verbroken, hersenscans van (de fysieke) pijngebieden dat al laten zien. Verbreking van deze binding kan een depressie veroorzaken en maakt het moeilijker om je in de toekomst aan iemand anders te binden. Het is als de kleefkracht van plakband; die wordt minder naarmate je de tape hergebruikt. Dit is een krachtig argument tegen partnerswitch. Weet schreef er eerder over (artikelen ‘Aanraking doet iets met je brein‘ en ‘Lust of liefde?‘).
Onzinnige uitspraken over seks kun je dus afschieten door wetenschappelijke feiten naar voren te schuiven. Dat is nodig, want het zal je vast niet zijn ontgaan: er komen allerlei modieuze ideeën op. Over de manier waarop je naar de genders kijkt bijvoorbeeld. Zo zou – volgens een onderzoek dat in 2019 is gepubliceerd – 53% van de Amerikanen vinden dat mensen het heren- of damestoilet mogen gebruiken, al naar gelang hoe die mensen zichzelf identificeren. Wat kun je hier tegen inbrengen? Doet de wetenschap misschien handreikingen?
Geprogrammeerd
In de biologie is een duidelijk onderscheid zichtbaar tussen mannelijk en vrouwelijk. Dit wordt bepaald door je DNA. Dat is opgedeeld in 23 chromosomenparen. Van elke soort chromosoom zitten er twee in iedere celkern: eentje heb je van je vader, de andere van je moeder, 46 in totaal. Twee daarvan zijn geslachtschromosomen. Waar alle andere 22 paar chromosomen (ongeveer) gelijk zijn, bestaan er twee verschillende soorten geslachtschromosomen: X en Y. Van je moeder krijg je altijd een X-chromosoom. Van je vader kun je een X of een Y krijgen. Heb je XX, dan ben je een meisje. Met XY ben je een jongen. Een van de wetenschappers die hier nadrukkelijk op inzoomt is seksuologe Debra Soh. Zij laat zien dat er een onwrikbare biologische basis onder seksualiteit ligt. Die is binair: man of vrouw. Maar tijdens het leven gebeurt er heel veel. De complexe sociale en psychologische processen die dan invloed op je hebben, beïnvloeden de signaalstoffen in je brein en hormonen die je lichaam en gevoelens sturen. Zo kan het gebeuren dat een man zich vrouw voelt of een vrouw man.
Tegenwoordig is er volop aandacht voor varianten die in de minderheid zijn. Dat komt doordat de LHBTI-gemeenschap (wat staat voor lesbisch, homo, biseksueel, transgender en intersekse) grote druk uitoefent in media en politiek. ‘Je bent wat je je voelt’ is dan vaak het motto. Maar biologisch gezien is het gewoon heel duidelijk: je bent óf man óf vrouw, hoe je je ook mag voelen. En wat betreft de seksuele geaardheid: de grootste studie die tot nu toe op dit vlak is uitgevoerd (Science, augustus 2019) laat zien dat je niet één specifiek gen kunt aanwijzen dat je geaardheid bepaalt. Het is een complex samenspel van genen dat wetenschappers nog lang niet begrijpen.
Ontevreden
Sommige mannen of vrouwen die ontevreden zijn met hun geslacht, laten hun geslacht operatief aanpassen. Anderen kiezen ervoor om zich dan weer als man en dan weer als vrouw te gedragen. Maar hoeveel hormonenkuren ze ook nemen, hoeveel operaties ze ook ondergaan en hoe ze zich ook gedragen… als je hun DNA in kaart zou brengen, liegen de gegevens er niet om. Gulden regel is: ze zijn XY of XX, jongen of meisje, man of vrouw.
Wat er ook niet om liegt zijn de resultaten van een Zweeds, dertig jaar lopend onderzoek, uitgevoerd onder 324 van geslacht veranderde personen. Zij hebben een beduidend grotere kans op hart- en vaatziektes, psychiatrische opnames en doen gemiddeld meer zelfmoordpogingen dan anderen.
Genetische schade
Er is nog een groep die niet onbesproken mag blijven. In zeldzame gevallen gaat er iets mis in de ontwikkeling van de genetische aansturing. Dan wordt iemand bijvoorbeeld niet geboren met twee, maar met drie geslachtschromosomen (trisomie). Je kunt daarbij denken aan het syndroom van Klinefelter waarbij iemand twee X-chromosomen en een Y-chromosoom met zich meedraagt. Diegene kan dan mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen ontwikkelen: een ‘intersekse’.
Niet iedere intersekse is XXY. Soms gebeurt het dat het lichaam (deels) ongevoelig is voor het Y-chromosoom. Een genetische man zal dan minder mannelijke kenmerken ontwikkelen. Ook komt het voor dat twee bevruchte eicellen samengaan. Zo iemand bestaat uit cellen die genetisch van elkaar verschillen, zoals twee verschillende personen genetisch van elkaar verschillen: een ‘genetisch’ mozaïek, wat ook tot tweeslachtigheid kan leiden.
Morele koers
Wat in deze problematiek belangrijk is, is het leren beleven van seksualiteit. Die beleving ontstaat tijdens jeugd en puberteit. Gaandeweg gaat je lichaam meer geslachtshormonen aanmaken en daar moet je mee leren omgaan. In die periode ben je ontvankelijk voor voorbeelden om je heen. Je opvoeders hebben veel invloed op je – ook al denk je misschien van niet – en bepalen voor een belangrijk deel je (seksuele) identiteit. De bekende psychiater Jeffrey Satinover schreef daar in de jaren 90 al over (Homosexuality and the Politics of Truth) en recenter psycholoog R.R. Reilly (Making Gay Okay). Het zijn boeken over de complexe processen rondom persoonsvorming en de grote gevolgen als dat niet goed gaat.
Bepalend is hóé je leeft. Want wat gebeurt er als niemand je leert met je hormonen om te gaan? Verlaag je je dan niet tot een dierlijk niveau? Tegenover jezelf uitleven in porno – snel en vluchtig ‘geluk’ – staat de oproep om de Bijbelse koers te houden – langzaam en duurzaam geluk.

Gabriele Kuby (Afbeelding: Wikimedia Commons, HazteOir.org)
Verwarring
Een gevaar is dat er tegenwoordig veel te vroeg een overdreven aandacht voor seksbeleving is. Dat stipt sociologe Gabriele Kuby aan in haar boek De Seksuele Revolutie. Speciale leermethoden worden reeds op de kleuterschool geïntroduceerd om kinderen te leren ‘voelen’ en oog te leren krijgen voor seksuele variatie. Misschien gebeurt dat met de goede bedoeling om al vroeg discriminatie op basis van seksuele geaardheid uit te sluiten, maar de gekozen methode wekt verwarring. Een kleuter houdt van iedereen. Voor een vriendinnetje, vriendje of juf voelt hij evenveel. De seksuele ervaring is er nog niet omdat de hormonen er nog niet zijn. Maar de leermethoden zorgen er wel voor dat kinderen zo opgeleid worden dat ze straks de seksbeleving niet meer in de natuurlijke vader-moederverhouding zien. Ze gaan het zien als een breed keuzepallet. Wie voor de Bijbelse lijn kiest, kan zich voorbereiden op veel weerstand. Sommige politici willen zelfs christelijke leermethoden over gezonde seksuele ontwikkeling – waarin juist wél rekening wordt gehouden met wetenschappelijke bevindingen – verbieden. En als je beroepsmatig wat feiten noemt die tegen het zere been van LHBTI’ers zijn, loop je kans op ontslag. In Weet 60 stond daar een voorbeeld van: de Britse arts David Mackereth verloor zijn baan omdat hij weigerde een man met een baard aan te spreken als ‘mevrouw’.
Milieu, brein en trauma
‘Maar’, zul je zeggen, ‘is het niet duidelijk dat sommige jongetjes van jongs af aan erg meisjesachtig en sommige meiden erg jongensachtig zijn? En dat er dus een spectrum van mannelijk naar vrouwelijk is, en dat je plaats op dat spectrum aangeboren is?’ Het klopt dat sommige jongetjes wat meisjesachtiger zijn en andersom. Maar dat wil nog niet zeggen dat er onduidelijkheid is over hun geslacht. Ook hoeft dat helemaal niets te maken te hebben met hun latere seksbeleving, die pas in de puberteit tot ontwikkeling komt. Daarnaast is het een vergissing om zomaar aan te nemen dat het (jongens- of meisjesachtige) gedrag van jonge kinderen puur aangeboren is. Het leefmilieu kan hier veel invloed op hebben. Ook de geboorte speelt een belangrijke rol. Ging het ‘makkelijk’ of niet? Was het een keizersnee? Dat zijn dingen die het prille systeem en de latere karaktervorming beïnvloeden. Onderzoeken van psychologen Simon Baron-Cohen en Anthony Clare tonen dat aan.
Wij en jij
Er zijn jongeren die erg kunnen worstelen met hun gevoelens als het gaat om homoseksualiteit en genderbepaling. Omgeving en leefpatroon zijn daarop van invloed. Daarom is het belangrijk dat er anderen om die jongeren heen staan: gezin, kerk en school. Dan kan het zo zijn (en dat gebeurt ook) dat vrouwelijke mannen op natuurlijke wijze een mannelijke vrouw treffen, en dat het klikt. Prima!
Vaste patronen staan echter onder druk. De inzet is hoog. Als politici, op jacht naar stemmen, zwichten voor de pressie van actiegroepen die de maatschappij willen omturnen, dan komt het gezin in gevaar. Er zijn mensen die het vader- en moederschap willen afschaffen. Ze kregen al veel voor elkaar. Pas op voor die groepen. Zeker als je worstelt met seksualiteit. Ze trekken je hun wereld binnen waar je leert hoe je je uit kunt leven. Ze kunnen je naar een ‘transitie’ pressen. Er zijn mensen die grof geld aan zulke ombouwoperaties verdienen. En de gevolgen van zulke ingrijpende operaties zijn voor de transman of -vrouw. Die moet een leven lang medicijnen slikken. Zou het cosmetisch aanpassen van je buitenkant het geestelijke probleem vanbinnen echt op kunnen lossen?
Al is het soms moeilijk, het is het beste om jezelf in te bedden in het grotere geheel van gezin, kerk en school. Zo houd je samen met andere christenen koers. Met Gods Woord in de hand, dat wel, want dat is de beste Gids die je maar kunt hebben.
Weet Meer:
- Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Weet 61 (2020). Bekijk hier de originele pdf.
- Klik hier voor het artikel ‘Aanraking doet iets met je brein’
- Klik hier voor het artikel ‘Lust of liefde?’
- Nancy Pearcey, Love Thy Body, Baker Books, ISBN 9780801075728.
- C.R. Wiley, The Household and the War for the Cosmos, Canon Press, ISBN 9781947644912.
- G. Kuby, De seksuele revolutie, De Blauwe Tijger, ISBN 9789492161314.
- W. Struthers, Wired for Intimacy, Intervarsity Press, ISBN 9780830837007.
- Vond je het interessant en wil je meer lezen? Neem dan een abonnement op Weet Magazine.