Mens

Waarom je niet alles moet willen weten

Door

op

Tegenwoordig is er veel mogelijk. Je kunt je eigen DNA in kaart laten brengen, en daaruit precies aflezen of je het risico loopt om aandoeningen als alzheimer of obesitas te krijgen. Maar pas op, want het weten van je aanleg kan je gedrag veranderen!

Wetenschappers van Stanford University (VS) hebben onderzocht wat de invloed is van het kennen van je DNA. Hiervoor bekeken ze twee genen in twee groepen proefpersonen. Het eerste gen, CREB1, heeft een variant die ervoor zorgt dat je sneller uitgeput raakt bij langdurige lichamelijke inspanning. Bij de tweede groep werd het gen FTO onder de loep genomen. Dat heeft een variant die ervoor zorgt dat je je na een maaltijd minder snel verzadigd voelt, en dus meer gaat eten en sneller dik wordt.

De proefpersonen moesten een test afleggen om hun uithoudingsvermogen of verzadigingsgevoel te bepalen. Daarna kregen ze de uitslag van de DNA-studie, en moesten ze weer een test afleggen. Maar de DNA-resultaten werden opzettelijk gemixt: de helft van de mensen met een ‘hoogrisicogen’ kreeg te horen dat ze een laag risico hadden, en andersom.

De resultaten van de tweede test wezen uit dat mensen die te horen kregen dat ze een hoogrisicogen hadden, zich daar ook naar gingen gedragen. Ze hadden minder uithoudingsvermogen dan voorheen of zaten minder snel vol, of ze nu het risicogen hadden of niet. Soms was het placebo-effect zelfs sterker dan het effect van de werkelijke genetische aanleg.

De onderzoekers concludeerden dat artsen en ethici goed moeten nadenken over wanneer patiënten ingelicht moeten worden over risicoverhogende kenmerken in hun DNA.

Weet meer:
www.weet-magazine.nl/gentest