Geschiedenis

Uit Weet Magazine: Was Salomo’s goud afkomstig uit Zuid-Amerika?

op

In Weet Magazine schreven we eerder over de ontdekking van Amerika door Phoeniciërs, ver voordat Columbus er voet aan wal zette. Phoenicische inscripties, gevonden in Zuid-Amerika, zijn sterke aanwijzingen dat de Phoeniciërs het Amerikaanse continent hebben bereikt. Maar wist je dat er ook sterke aanwijzingen zijn dat de Phoeniciërs handelskolonies in Zuid-Amerika hadden? Dat werpt niet alleen nieuw licht op de geschiedenis, maar ook op de Bijbel. In de Paraíba-inscriptie die in Brazilië is gevonden (zie Weet Magazine 12) wordt gesproken over Phoeniciërs die in opdracht van de ‘machtige koning’ Hiram vertrokken bij Ezion-Geber in de Rode Zee. Nadat zij rondom Afrika waren gevaren, werden ze door een sterke wind meegevoerd. Zo kwamen ze in Brazilië terecht.

De Bijbel maakt ook melding van de Phoeniciërs. Verbazend genoeg vermeldt de Bijbel zelfs koning Hiram (of: Chiram) waarover de Paraíba-steen spreekt. Koning Salomo gaf deze koning van Tyrus namelijk de opdracht goud en allerlei kostbaarheden te halen. De Phoeniciërs haalden enorme scheepsladingen goud voor Salomo uit een mysterieus land, genaamd Ophir (of: Ofir). De schepen kwamen terug met goud, edelstenen, dieren en onbekende houtsoorten.
In 1 Koningen 9:26-28 staat het volgende:
‘De koning Salomo maakte ook schepen te Ezeon-geber, dat bij Eloth is, aan den oever der Schelfzee, in het land van Edom. En Hiram zond met die schepen zijn knechten, scheepslieden, kenners van de zee, met de knechten van Salomo. En zij kwamen te Ofir, en haalden van daar aan goud, vierhonderd en twintig talenten, en brachten het tot den koning Salomo.’

En 1 Koningen 10:11-12 zegt:
‘Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente. En de koning maakte van dit almuggimhout steunselen voor het huis des HEEREN, en voor het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers. Het almuggimhout was zo niet gekomen noch gezien geweest, tot op dezen dag.’

Waar lag Ophir?
Het is altijd een mysterie geweest waar het land Ophir lag. Er is in het Midden-Oosten namelijk geen land dat Ophir heette. Sommigen, zoals Flavius Josephus, meenden dat Ophir in India was gelegen, maar die uitleg is moeilijk houdbaar aangezien India in de oudheid meer interesse had in de import van goud dan de export. Ook heeft men verondersteld dat Ophir in Arabië moest liggen, omdat één van de zonen van Joktan (de traditionele stamvader van veel Arabische volken) Ophir heette. Echter, Ophir is een Semitische naam die ook onder Israëlieten veel voorkwam en daarom niet per se aan Arabieren hoeft te worden gekoppeld. Bovendien: als Ophir werkelijk in Arabië lag, zou Salomo geen grote vloot van schepen nodig gehad hebben en evenmin de hulp van de Phoeniciërs. Hij kon dan simpelweg de karavaanroutes van het Arabisch Schiereiland gebruiken.  De Bijbelteksten spreken vol verwondering over de unieke grondstoffen en houtsoorten waarmee de vloot terugkwam. Dat suggereert dat die uit een exotisch en ver gelegen oord afkomstig waren. Bovendien was de vloot van Salomo drie jaar onderweg. Zo’n lange reis doet vermoeden dat het niet om de hoek was!

De in Brazilië gevonden Paraíba-inscriptie werpt een buitengewoon interessant licht op de Bijbelteksten. Volgens de reizigers die de inscriptie aanbrachten, waren zij weggevaren vanaf Ezion-Geber in de Rode Zee, in opdracht van koning Hiram, precies zoals 1 Koningen 9 vertelt.Het roept de volgende vraag op: Is het niet mogelijk dat het mysterieuze land Ophir een Semitische benaming was voor het ‘geheime’ land dat de Phoeniciërs ontdekten ‘in de oceaan op grote afstand’… Amerika? Zelfs de vroegste ontdekkingsreizigers legden de link tussen het Amerikaanse continent en Ophir. Toen Columbus verlaten goudmijnen ontdekte op het eiland Haïti, meende ook hij het land Ophir te hebben gevonden.
Meer weten? Je leest het hele artikel in Weet Magazine nummer 15.