Geschiedenis

Uit Weet Magazine: De stammen van Israël

Door

op

Sommige Afrikanen zeggen dat ze behoren tot de verloren stammen van Israël, die in de loop van de eeuwen over de wereld zijn verspreid. Zo is er een stam in Ivoorkust waarvan de leden zich Danieten noemen. Hoe sterk staat die claim?

De Danieten vertonen kenmerken waardoor de link met Israël gauw is gelegd. Ze hebben tal van Hebreeuwse woorden in hun vocabulaire. Ze vieren de sabbat; ‘sa-bayi’ in hun taal. Hun priesters heten ‘koheniem’, het Hebreeuwse meervoud van ‘kohen’. En elk dorp heeft een soort tabernakel, waarin op vrijdagavond offers worden gebracht ter verzoening van de zonden van de inwoners.

Animisten
Ondanks hun joodse gebruiken zijn de Danieten te typeren als animisten; ze geloven in het bestaan van goede en kwade geesten die niet alleen in mensen en dieren bestaan, maar ook in planten, stenen en natuurverschijnselen. Toch gebruiken ze daarbij woorden die prijsgeven dat er een verband is met het Oude Testament. Op de vraag hoe ze God noemen, luidt het antwoord: ‘Schepper’, ‘Almachtige’, en… ‘Yahweh’. Vooral die laatste naam is bijzonder. ‘Yahweh’ is de eigennaam van God, zoals die in de Bijbel aan Mozes is geopenbaard. Zo heet Hij bij de Danieten dus nog steeds!

Aanknopingspunten
Er zijn nog meer aanknopingspunten tussen het Oude Testament en de Danieten in Ivoorkust:

  • Hun huwelijkswetgeving lijkt als twee druppels water op die uit de Bijbel. Zo kent men bijvoorbeeld het zwagerhuwelijk (Deuteronomium 25:5-6).
  • In geval van vermeende huwelijksontrouw van de vrouw, moet ze naar de hogepriester gaan, die een bittere drank klaarmaakt die ze op moet drinken. Als ze ontrouw is geweest, dan zal haar buik opzwellen, en zal ze de rest van haar leven kinderloos blijven. Als ze in haar recht staat, zal die drank haar geen kwaad doen. Dit lijkt sprekend op wat Numeri 5:12-28 zegt.
  • Bij ernstige zonden moet de zondaar zich bij een van de stamhoofden en een van de hogepriesters melden. Hij moet een schaap of bok meebrengen en zijn zonden belijden, onder oplegging van zijn rechterhand op de kop van het dier. Dat wordt dan geslacht, met één messnede over de keel. Het stamhoofd plengt water uit op het weggelopen bloed en spreekt de schuldvergeving uit. Dit heeft veel parallellen met de offerwetgeving uit Leviticus 1-7.
  • Men gebruikt een koeienhoorn (geen ramshoorn) voor het samenroepen van het volk.
  • Men kent het ‘Feest der eerstelingen’ (Exodus 23).
  • Nog niet zo lang geleden kende men vrijplaatsen voor degene die van moord werd verdacht. Daar kon hij veilig verblijven totdat er recht werd gesproken (Numeri 35).
  • De tabernakel is geen gebouw, maar een plek in een ‘heilig bos’. Het bestaat uit een voorhof, heilige en heilige der heiligen. Het eerste is bestemd voor de genodigden uit de stam, het tweede alleen voor priesters en vorsten, het derde alleen voor de hogepriester (uitsluitend bij speciale gelegenheden die de hele stam aangaan).
  • Men gelooft in een Verlosser die nog moet komen. Hij heet ‘Aa’.

Dit is het eerste stuk van een artikel uit het augustusnummer van Weet. Wil je meer lezen? Neem dan een abonnement op Weet Magazine.

Aanbevolen