Biologie

Sterker dan een taser

Door

op

Hoeveel soorten sidderalen leven er in het Amazonegebied? Als je het even terug zou hebben gevraagd, was het antwoord ‘één’ geweest. Maar onderzoekers hebben nu twee hele nieuwe sidderaalsoorten ontdekt!

Op het eerste gezicht lijken alle sidderalen in de Amazone sterk op elkaar. Maar er zijn wel degelijk verschillen. Men dacht eerst dat alle sidderalen die in de Amazone leefden van de soort Electrophorus electricus (zie afbeelding) waren. Maar deze sidderaal blijkt alleen voor te komen in de noordelijke hooglanden. In de zuidelijke hooglanden trof men de soort E. voltai aan, en in het laagland van de Amazone E. varii. Onderzoekers hebben onderscheid kunnen maken tussen deze drie sidderaalsoorten dankzij DNA-onderzoek en door de manier waarop ze aangepast zijn aan hun omgeving te bestuderen.

Taser
De grootste van de drie is de E. voltai, deze sidderaal kan wel 1,7 meter lang worden. De kleinste is de E. electricus die maximaal ‘slechts’ een meter lang wordt. De onderzoekers maten de stroomstoot van de verschillende soorten. Die van de E. voltai was 860 volt, hoger dan de verwachte 650 volt. De reden van deze hogere stroomstoot is waarschijnlijk dat deze sidderaal in mineraalarme watertjes leeft. Dit water geleid de stroomstoot minder goed, wat waarschijnlijk zorgt voor de hogere inspanning. Sidderalen gebruiken hun stroomstoot om prooien te vangen, zichzelf te verdedigen of te navigeren. De stroomstoot van deze sidderalen is voor mensen in eerste instantie niet dodelijk, maar hij is wel sterker dan tasers zoals de politie die gebruikt.

‘Nieuwe’ soorten?
Deze drie sidderaalsoorten behoren zeer waarschijnlijk tot hetzelfde geschapen basistype. Na de zondvloed hebben ze zich in de Amazone gesetteld. Doordat sommige van die vooroudersidderalen in de hooglanden terechtkwamen en andere in de laaglanden, hebben de nakomelingen elk andere stukjes DNA verloren door de jaren heen. Hierdoor is de oorspronkelijke vooroudersoort tot drie afzonderlijke biologische soorten verworden. Uit waarnemingen blijkt dat deze manier van soortvorming heel snel kan plaatsvinden.