Geologie

Snel stollende stenen

op

Waarom graniet zich niet langzaam kan vormen

‘De aarde kan niet een paar duizend jaar oud zijn. Dat is te weinig tijd om bepaalde processen te laten plaatsvinden, zoals het afkoelen van enorme hoeveelheden vloeibaar graniet. De aarde moet veel ouder zijn. En dus klopt de Bijbel niet.’ Je zult zulke redeneringen misschien weleens meer gehoord hebben. En er is geen speld tussen te krijgen… of toch wel?

In de meeste geologieboeken wordt beweerd dat gesteenten als graniet zich langzaam vormden; in de loop van vele duizenden tot miljoenen jaren. Dat is een probleem voor wie in de Bijbel gelooft, want sinds de zondvloed zijn er nog maar een paar duizend jaar verstreken. Hoe kun je daarin dan toch dat langdurige proces van granietvorming kwijt? Simpel, schetst geoloog Paul Garner.

De vorming van graniet was voor Paul, die jonge-aardecreationist is, een probleem. „Ik herinner me dat ik er als student over nadacht. Ik had geen idee hoe je graniet kon krijgen op een jonge aarde. Dat was een kernprobleem voor creationisten. Maar na mijn afstuderen, in de jaren 90, vond er een radicale herziening van de visie op  granietvorming plaats.”

Twintig tot dertig jaar geleden dachten de meeste geologen dat vloeibaar gesteente – magma – zich aan de onderkant van de aardkorst vormde door het gedeeltelijk smelten van die korst. Dat magma zou zich dan langzaam een weg naar boven dringen door de aardkorst heen, als een grote, ballonvormige blob. Dat is een proces dat ongeveer 100.000 jaar in beslag zou nemen. „Maar tegenwoordig weten we dat het veel sneller kan.”

Het granietvormingsproces bestaat uit drie delen – magmavorming, oprijzen en afkoelen – waarvan men vroeger dacht dat ze allemaal langzaam gingen. Maar nieuwe gegevens vertellen een heel ander verhaal…

Dit is het begin van het artikel ‘Snel stollende stenen’ uit Weet 56. Wil je meer lezen en geen artikel meer missen? Neem dan nu een abonnement op Weet Magazine:


Aanbevolen