Skip to main content

Velen zeggen dat diamanten héél oud zijn. Ze zouden zijn ontstaan in het tijdperk Precambrium (4,6 miljard tot 542 miljoen jaar geleden). In het RATE-project hebben geologen de handen ineengeslagen om te zien in hoeverre die jaartallen kloppen. RATE staat voor ‘Radioisotopes and the Age of The Earth.’ Uit dit onderzoek blijkt dat er nogal wat haken en ogen aan C14-datering zitten.

In het RATE-project is de C14-dateringsmethode onderzocht. Wetenschappers bekeken of een diamant nog koolstof-14-moleculen bevat. Doorgaans wordt het doen van zo’n meting als onzinnig gezien. Dat komt doordat de C14-datering geen betrouwbaar resultaat meer zou opleveren nadat er minder dan 0,23% van de oorspronkelijke hoeveelheid C14 is overgebleven (anderen rekken dit iets op tot 0,07%). Hieraan wordt dan een leeftijd verbonden van 50.000 (0,23%) tot 60.000 (0,07%) jaar. De conclusie is dat diamanten in het Precambrium zijn ontstaan. Er zou dus geen C14 meer in diamanten gevonden moeten worden omdat de C14-dateringsmethode slechts reikt tot een meting van 60.000 jaar.

Onderzoek

John Baumgardner, één van de RATE-medewerkers, nam desondanks toch een monster en stuurde deze op naar een laboratorium zodat ze aan een C14-datering konden worden blootgesteld. Hij wilde weleens weten of het echt zo was dat er geen C14 in de diamant zou zitten. De resultaten van de datering waren verbazingwekkend. De diamant bevatte maar liefst 0,39% C14. Dat wil zeggen dat deze diamant volgens de C14-methode 45.000 jaar oud is in plaats van minstens één miljard jaar!

Helaas is dit onderzoek nooit door andere wetenschappers herhaald. De uitdaging ligt namelijk in de herhaling van dit experiment. Het zou natuurlijk mooi zijn om te weten of de uitkomst van het RATE-onderzoek bevestigd wordt door onderzoek van meerdere monsters van diamanten. Bevatten zij ook nog C14? Ook is het zinvol te kijken naar de effecten van hoge druk en temperatuur op de leeftijd van diamanten. Kunnen die een hogere gemeten leeftijd tot gevolg hebben?

Haken en oog

Andere haken en ogen die aan de C14-dateringsmethode kleven, worden door de Nederlandse natuurkundedocent Jarko Meijer naar voren geschoven. Hij kon niet uit de voeten met de gangbare koolstof-14-dateringen. De leeftijden zijn vaak veel te hoog en passen niet binnen de Bijbelse tijdrekening. Daarom ontwikkelde hij een correctiemethode waardoor de dateringen de Bijbelse chronologie niet meer bijten. Het Reformatorisch Dagblad interviewde Meijer en legde zijn kritiek op de C14-methode voor aan Hans van der Plicht, hoogleraar isotopenfysica van de Rijksuniversiteit Groningen. Het leverde een interessant verhaal op, dat je hier kunt lezen: www.weet-magazine.nl/jarko-meijer