Skip to main content

De geschiedenis van de toren van Babel wordt door velen afgedaan als een mythe. Toch is er alle reden om aan te nemen dat het werkelijk is gebeurd. De Bijbel is zeker niet de enige bron die over deze gebeurtenis vertelt. Een korte reis over de wereld, langs verschillende authentieke beschrijvingen van de taalverwarring. Het zou vreemd zijn als de Babyloniërs zelf geen melding zouden maken van een opmerkelijke gebeurtenis als de torenbouw van Babel. Dat is dan ook niet het geval.

De geschiedenis is terug te zien in de Babylonische inscripties. Zo heeft men een inscriptie teruggevonden waarin de  Babylonische koning Nebukadnezar II, die leefde in de zesde eeuw voor Christus, de ruïnes van de toren vermeldde. Nebukadnezar noemde deze toren ‘de Tempel van de Zeven Lichten van de Aarde’ en de ‘Toren der Talen’. De toren, die 17 kilometer zuidwestelijk van de ruïnes van Babylon lag, was volgens Nebukadnezar ‘het huis van de basis van de aarde, het oudste monument van Babylon’. Hij zei erover: ‘Een vroegere koning bouwde hem, maar hij voltooide de spits niet. Al sinds lange tijd hadden de mensen hem, in totale spraakverwarring, verlaten. Toen hadden een aardbeving en de donder zijn zongedroogde leem verstrooid, waren de stenen van zijn omhulsel gebroken en lag de aarde van de binnenkant er in hopen omheen.’

De plaats waar de ruïne van de toren stond, werd door de oude Babyloniërs ‘Borsippa’ genoemd. Deze naam verwijst volgens prof. Julius, de geleerde die de inscriptie ontcijferde, naar de verwarring van de talen: „Ik heb de betekenis van de term ‘Borsip’ uitgelegd als ‘toren van talen’. Deze opinie wordt bevestigd door het spijkerschrift zelf; de naam Borsippa wordt vaak geschreven met tekens (ideogrammen) die voor ‘stad van de verstrooiing’ staan.”

De toren van Babel: Hoe zat het ook al weer?

Volgens de Bijbel vond de torenbouw van Babel kort na de zondvloed plaats. Op de vlakte van Sinear bouwde de mensheid, waarschijnlijk onder leiding van Nimrod, een toren als bekroning van de menselijke macht. Een God hadden ze niet meer nodig, ze zouden zelf de hemel wel bereiken. Maar plotseling gebeurde er iets bovennatuurlijks: ze konden elkaar niet meer verstaan, waardoor ze de bouw moesten staken. Ze lieten het bouwwerk onafgemaakt achter en trokken verschillende kanten op. De stad droeg vanaf dat moment de naam Babel, een naam die zou verwijzen naar de taalverwarring.

Wat was nou eigenlijk het probleem? God had de mens opgedragen de aarde te vullen, maar Nimrod wilde dit gebod bewust negeren. Hij zette de mensen tegen God op en liet hen op één kluitje wonen. De werkelijke god was de mens zelf, zo dacht hij, en door de menselijke krachten op aarde te bundelen, zou voor de mens niets meer onmogelijk zijn. Volgens de Bijbel verwarde God de talen van de bouwers, zodat hun plannen in duigen vielen, en ze zich wel moesten verspreiden.

De Grieken

De Grieken maakten ook melding van de gebeurtenissen bij Babel. De Griekse historicus Abydenus schreef: ‘Sommigen zeggen dat de eerste mensen die zich verdeelden over de aarde trots werden op hun kracht en grootheid, en dat zij opschepten dat zij tot meer in staat waren dan de goden, en dat zij zich voornamen een toren te bouwen waar Babylon nu gelegen is. Maar toen deze bijna de hemelen raakte, werd hij omvergeworpen over de mensen heen door de goden met de hulp van de wind. En de ruïnes worden Babylon genoemd. De mensheid had tot dan toe slechts een taal, maar de goden hebben de talen verdeeld. En toen begon de oorlog tussen Saturnus en Titanus.’

De Miao uit China

De verwijzingen naar de taalverwarring beperken zich niet tot de Oudheid. Het in China levende Miao-volk kent een authentieke en unieke mondelinge geschiedschrijving, waarin het volgende wordt vermeld: ‘Hun spraak was allemaal met dezelfde woorden en taal. Daarna zeiden zij: laten wij een zeer grote stad bouwen. Laten wij tot de hemel een toren doen verrijzen. Dit was verkeerd, maar zij namen deze beslissing… God sloeg hen, veranderde hun taal en accent. Hij daalde neer in woede, Hij verwarde tonen en stemmen. Wat iemand sprak had voor de hoorder geen betekenis; hij sprak in woorden, maar zij konden hem niet begrijpen. Dus de stad, die zij bouwden, werd nooit afgemaakt. De toren, die zij gemaakt hadden, moest onafgemaakt blijven staan. In wanhoop scheidden zij zich… zij verlieten elkaar om de wereldbol te doorkruisen.”

Gedachten en verzinsels

Veel mensen denken dat de Bijbel stelt dat talen in de periode voor de torenbouw van Babel niet aan verandering onderhevig waren. Dat staat nergens in de Bijbel. Wel zegt de Bijbel dat de mensheid voor de torenbouw één taal sprak. En dat is heel begrijpelijk, als je beseft dat de torenbouw redelijk kort na de zondvloed plaatsvond. De mensheid was toen niet meer dan één grote stam, die ook nog eens dicht bij elkaar bleef wonen. Hoewel klanken en accenten in een taal heel snel kunnen veranderen, zullen de talen zelf pas echt veranderen als groepen mensen zich van elkaar scheiden. Logisch dus dat ze elkaar tot die tijd prima konden verstaan.

Zijn alle moderne talen nou ontstaan bij de torenbouw van Babel? Nee, ook dat is een veelgehoord verzinsel. De Bijbel vermeldt dat God de spraak van de volken verwarde zodat zij de bouw moesten staken en de wereld in moesten trekken. Het was waarschijnlijk vooral een ingrijpen om de zinloze plannen van de bouwers te stoppen. Er wordt niet vermeld dat de verschillende talen of taalgroepen daar ter plekke ontstonden. Veel logischer is de gedachte dat de talen kort na Babel ontstonden, doordat de zich verspreidende volken zich van elkaar scheidden.

Dit is het eerste deel van het artikel: ‘Wie heeft er niet van Babels toren gehoord?’ Het artikel is geschreven door Tjarko Evenboer en verscheen eerder in Weet 8. De originele pdf is hier te lezen.

Weet meer: 

  1. Inscriptie ontcijferd door Oppert. Zie: Chronologie van de Bijbelse geschiedenis, Atrium, Rijswijk, 2003.
  2. Oppert, J., On Babylon; and on the discovery of the cuneiform characters and the mode of interpreting them, Brakell, 1856.
  3. Edwards, J. en Brainerd, D., The Works of President Edwards; G. & C. & H. Carvill, New York, 1830. De oorspronkelijke tekst van Abydenus is verloren gegaan, maar delen van zijn werk zijn bewaard gebleven door verwijzingen in de geschriften van Eusebius en (in dit geval) Cyrillus van Alexandrië.
  4. Truax, E., Genesis According to the Miao People, Impact Article, Institute for Creation Research, 1991.
  5. Sheppard, P., Tongue-Twisting Tales, One Language, Many Legends, Answers Magazine, April – June 2008, p.56.
  6. White, C.M., In search of the Origin of Nations, History Research Projects, 2003.
  7. Williamson, R.W., Religious and Cosmic Beliefs of Central Polynesia, 1933.
  8. Clavigero, F.S., The History of Mexico, vertaald door Cullen, C., Thomas Dobson, 1817.
  9. Dit citaat komt oorspronkelijk uit Alva Ixtlilxochitl, F. de, Relación histórica de la nación tulteca, een geschrift uit de 17e eeuw. Deze  Azteek tekende de geschiedenis van zijn volk op, op basis van hun heilige geschriften. Geraadpleegde bronnen zijn: Roth, A., Oorsprong, wetenschap en    bijbel verenigd, Groen, Heerenveen, 2003; en Donnelly I., Atlantis – The Antediluvian World, Book Tree, 2006.
  10. Bushnell, D. L., The Choctaw of Bayou Lacomb St. Tammany Parish Louisiana, Bulletin of the Bureau of American Ethnology, vol. 48, p. 30, 1909. Citaat overgenomen uit: Johnson, B., American Genesis: The Cosmological Beliefs of the Indians, Impact Article 369, Institute for Creation Research, 2004.